Reportages & beschrijving van

Natuurwandelaars-wandelingen

 

Hier vind je reportages van & informatie over een aantal interessante, door ons gelopen wandelingen

Wandeling Bockstael - Merchtem

             Afstand: 24,57 km - 215 hoogtemeters

www.routeyou.com/nl-be/route/view/8817636/wandelroute/natuurwandelaars-wandelkrant-gr12-groenewandeling-gr126

 

De Lijn 245 – Dendermonde-Brussel en vv – Bockstaallaan B halte

Bockstaellaan en station genoemd naar oud Brussels burgemeester Emile Bockstael

Verbinding via de Artiestenstraat, de Chrysantenstraat en de “de Vrièrestraat”

We volgen GR12 Amsterdam-Brussel-Parijs (circa 1000 km) richting Amsterdam

https://www.groteroutepaden.be/nl/gr-12-amsterdam-parijs

Het park van Laken is hét grote landschapspark van het noorden van Brussel. We wandelen voorbij het monument van de dynastie, met het standbeeld van Leopold I.

Wat verder in het park verlaten we de GR12 en volgen we de Groene Wandeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Dienst Leefmilieu) en Natura 2000.

https://leefmilieu.brussels/themas/groene-ruimten-en-biodiversiteit/de-groene-wandeling

De Groene Wandeling leidt ook door de Koloniale Tuin en het kleine Sobieskipark dat toegang verleent tot de Tuinen van de Bloemist.

De koloniale tuin van Laken uit 1905. De tuin is vandaag één van de schakels in de groene wandeling die vanaf het kanaal de ronde maakt van de tuinen en parken die koning Leopold II wilde voor de verfraaiing van de omgeving van zijn paleis. Hij kreeg de idee voor de tuin om er uit Congo afkomstige exotische planten in te bestuderen en te kweken.

Tegenwoordig bestaat de ruimte uit twee onderscheiden delen: een open zone in het noorden waar vroeger de serres met tropische planten stonden, en een beboste zone in het zuiden.

Op het langgerekte terrein tussen de huidige Sobieski-, Acacia- en Ebbebomenlanen stonden de zes serres van de villa Van der Borght, met de rug tegen hogere galerijen met ertussen heel hoge planten. Een grote hal met versieringen in ijzerwerk – een soort wintertuin – lag vóór dit geheel. Bij de ingang van de tuin aan het Sint-Lambertusplein, liet de koning een mooie cottage bouwen in Normandische stijl. Achter de serres bouwde hij in dezelfde stijl paardenstallen en koetshuizen, die vandaag gebruikt worden als opslagplaats en voor het materiaal van de tuiniers.

De Eerste Wereldoorlog betekende een ramp voor de plantenverzameling van de Koloniale Tuin, omdat de planten zonder verwarming de Brusselse winters niet overleefden. In de jaren twintig werden nieuwe scheuten geplant als vervanging.

In 1951 verhuisden de tropische planten naar de grote botanische tuinen in Meise.

Toch bleven de installaties in Laken niet volledig leeg achter: vanaf 1955 gaven ze onderdak aan de arbeiders van de plantendienst van de maatschappij voor de wereldtentoonstelling van Brussel. De serres werden hersteld en kregen een verwarming op kolen. De meeste planten voor Expo 58 werd daar gekweekt.

In 1964 werd de Koloniale Tuin opengesteld voor het publiek. De serres werden afgebroken en vervangen door een groot grasveld. Omdat de Koninklijke Stichting er niet in slaagde om het domein te onderhouden, schonk ze het in 1978 samen met het Sobieskipark (dat er sinds 1975 via een ondergrondse doorgang mee was verbonden) aan de Belgische Staat.

De Prins Leopoldsquare is een ovaal plein waarop symmetrisch acht verkeerswegen uitkomen. De square vormt het middelpunt van een stervormige wijk die werd gecreëerd bij K.B. van 18.02.1899, tussen de “de Smet de Naeyerlaan”, de Emile Bockstaellaan en de westelijke ringspoorlijn. Het plein werd vernoemd naar de toekomstige koning Leopold III, het eerste kind van Albert I en Elizabeth, geboren in 1901.

Het langgerekte Koning Boudewijn park strekt zich uit over de Molenbeekvallei en vormt een geheel van half-natuurlijke landschappen en meer op recreatie gerichte zones.  Het maakt ook integraal deel uit van een Natura 2000-gebied. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuur. https://www.natura2000.vlaanderen.be/

Het eerste deel van de site  omvat de Heilig-Harttuin en het laagst gelegen deel van de Molenbeekvallei. Dit gedeelte werd omgetoverd tot een klassiek landschapspark met een afwisseling van grasperken, vijvers, plantenborders, bos en populierenaanplanting. De noordflank wordt begrensd door het Dielegembos.

In het tweede deel werd er een vijver aangelegd. Vanuit een ecologisch streven werden de bermen van deze vijver gerestaureerd om hen van een typische waterkantbeplanting te voorzien.  

Het derde deel wordt gekenmerkt door een parkzone rond de chalet van Laarbeek, weides, de boomgaard, de kinderboerderij van Jette en de site van de Gallo-Romeinse villa. U vindt er overal bronnetjes en het wordt doorkruist door kleine pittoreske paden.

Het Koning Boudewijnpark grenst onmiddellijk aan het Laarbeekbos, het natuurreservaat van Poelbos en het natuurreservaat van het moeras van Jette. Tal van bomen werden opgenomen in de inventaris van de opmerkelijke bomen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In de drie delen van het park werden onlangs meerdere speelterreinen aangelegd.

We volgen dan even, samen met de Groene Wandeling, een aanlooproute naar de GR126.

https://www.groteroutepaden.be/nl/gr-126-membre-sur-semois---brussegem

De GR126 liep oorspronkelijk van Brussel naar membre-sur-Semois. Hij is dan doorgetrokken naar Brussegem om aan te sluiten op de GR128 Vlaanderen Route en een paar jaar terug verder doorgetrokken naar Mariekerke om aan te sluiten op de GR5A Wandelronde van Vlaanderen.

We trekken het Laarbeekbos in en passeren aan de villa/brasserie Chalet van Laarbeek.

Het Laarbeekbos vormt een eiland vol uitzonderlijke biodiversiteit. Het maakt deel uit van de speciale beschermingszones ‘Natura 2000’ en zijn renovatie wil het behoud van de ecologische kwaliteit aan een belangrijke recreatieve functie koppelen.

Het verleden van het Laarbeekbos is rechtstreeks verbonden met de geschiedenis van de abdij van Dielegem die in de 11de eeuw werd gesticht. Net zoals het Zoniënwoud biedt de site plaats aan een belangrijk beukenbos. Een bosvijver, waar één van de drie beken van het bos ontspringt, strekt zich uit over een lengte van een dertigtal meter.

Tenslotte dalen we erg mooi tussen de geurende daslook af naar het tunneltje onder de ring.

Het gaat verder over de GR126 en de Brabantse Kouters naar Relegem

Middagstop na 10,8 km op het terras van café De Groenvink, Dorpstraat in Relegem

Na de middag rest ons nog 13,8 km via de GR126 en over de Brabantse Kouters.

We wandelen langs het gerestaureerde kerkje van Hamme en volgen daarna samen met onze GR een stuk de streek-GR Groene Gordel en een aanlooproute naar de GR128.

Ter hoogte van Bosbeek (Brussegem) steken we de Brusselsesteenweg over en via de gehuchten Linthout, Lovegem en Hunsberg bereiken we de Wolvertemsesteenweg, die we oversteken. We dalen af naar het Hof te Hobosch, ook bekend als de Verbrande Hoeve.

Deze nu mooi gerestaureerde woning werd reeds vermeld in 1650. Waarschijnlijk was deze hoeve in oorsprong het hof van de Hobosch-ridders die ook de Borcht in het centrum bewoonden. De naam ‘Verbrande hoeve’ zou gegeven zijn na een brand in de 17e eeuw, vermoedelijk aangestoken door een bende van de Bosgeuzen.

Via Hunsberg en Breestraeten bereiken we de wijk Terlinden, waar de we GR126 verlaten. Langs het pad langs de Grote Molenbeek bereiken we de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Noodt kerk en het Aug. De Boeckhuis in Merchtem centrum.

Een uitgebreide fotoreportage van deze wandeling, met info en documentatie en varianten naar Meise, Mollem, Mazenzele en Asse-ter-Heide vind je op de site van  de Wandelkrant: https://wandelkrant.be/koninklijke-groene-wandeling/